1 Abou de kennismaking
Geplaatst door: hansie op 16-06-26
Het zal ongeveer een jaar geleden zijn toen ik de oproep
kreeg van de organisatie waarvoor ik werk, Artsen zonder grenzen, om van werkplek van te veranderen. Naar Tsjaad was het verzoek omdat daar een inentingscampagne
werd opgezet. Mijn huidige werkplek in de Centraal Afrikaanse Republiek zou
door lokale medici worden overgenomen. Ik zou dus gewoon in Afrika blijven.
‘Prima!’ had ik geantwoord en sinds een
half jaar zit ik nu Tsjaad in een tijdelijke medische ‘hot-spot’. Eigenlijk is
het een tentenkamp van een aantal tenten waarin we zo nodig medische hulp
verlenen maar vooral bezig zijn met het inenten van de bevolking. Samen Abou,
een assistent-arts uit Namibië, Shirley verpleegkundige uit Australië, Semba
een andere verpleegkundige uit Tsjaad en ik, arts uit Nederland vormen we het
kleine medische team. Soms wordt het team aangevuld met was stagiaires van de
universiteit van de hoofdstad N’Djamena.
Het werk is prima te doen, we zijn een goed team, vullen
elkaar aan. Het is vooral ook heel handig dat Semba de lokale talen goed kent,
dat helpt enorm goed bij de inentingen want er zijn veel ‘taboes’ die rondom
vaccineren leven. Zij weet dat altijd goed te neutraliseren. Wat ik ook
belangrijk vind is dat we op een mooie plek zitten. In een groene omgeving, vlakbij
een rivier die stroomt naar het Tsjaadmeer.
Helaas is het niet altijd even goed georganiseerd want soms
krijgen we zulke grote aantallen mensen voor inentingen dat we vaccins tekort komen. En ook is het niet altijd even
makkelijk om de mensen naar ons kampt te krijgen.
Zo ook deze week. Woensdag gaf ik aan dat de vaccins bijna
op zijn. Semba belde naar de universiteit in N’Djamena om dat te melden. Daar
kreeg ze te horen dat pas maandag nieuwe vaccins ter beschikking zouden komen.
Maar we moesten ze wel zelf komen afhalen. Tja van hier naar de hoofdstad is
wel ruim anderhalve dag rijden en dan ook weer terug. Ik besprak de situatie met Abou, Shirley en
Semba. Semba gaf aan dat zij wel wilde gaan rijden om de vaccins op te halen.
Maar ik vond het niet verantwoord om haar alleen te laten gaan. Shirley bood
daarop aan om mee te reizen. “Nou okay dan” zei ik en afgesproken werd dat
Semba en Shirley de volgende dag, donderdag, naar N’Djamena zouden gaan. Abou
en ik redden ons wel in ons kamp, koken is geen enkel probleem.
De volgende dag vertrokken Shirley en Semba met onze pick-up
wagen richting hoofdstad. Ik ging richting computer om aan de administratie te
werken. Abou wilde de medische instrumenten nog even nalopen en eventuele
tekorten opsporen. De ochtend verliep verder rustig, in de middag kwamen er wat
mensen langs die wat medische zorg nodig hadden maar het bleef rustig. Aan het
einde van de middag, ik lag op mijn bed in de onze slaaptent, had net even
mezelf een loom slaapje, gegund kwam Abou onze tent binnen. “Zin om mee te gaan
naar de rivier, kunnen we vissen en zwemmen?” Ja dat deden Abou en ik wel vaker
dus waarom niet. “Goed idee!” antwoordde ik. We pakten onze vis- en zwemspullen
en gingen op weg. Klein halfuurtje lopen en we waren bij de rivier. Eerst even
een uurtje vissen, dat is altijd wel goed uitkijken want je staat op
rotsblokken die in de rivier liggen. Die rotsen kunnen best glad zijn. Na een
uurtje vond ik het mooi geweest en ik zei tegen Abou dat ik ging zwemmen.
Zwemshort aan en voorzichtig van de rotsen afklauteren naar het water. Heerlijk
verfrissend. “Abou, kom ook!” riep ik en Abou gaf er gehoor aan. Visspul aan de
kant en zwemshort aan. Lekker het water in. Samen zwommen we een stuk de rivier
op, even laten zien wie het hardst kon zwemmen, beetje onderwater duiken,
kortom elkaar wat uitdagen. Na een tijdje weer terug naar de kant. Voorzichtig
klom ik een rotsblok op richting onze spullen. Abou kwam me achterna.
Ik was al bijna bij mijn spullen toe ik een kreet achter me
hoorde. Abou was van een rots afgegleden en lag nogal in een vreemde houding
met zijn been over een rotsblok heen. “Abou, blijf liggen, ik kom naar je toe”.
Voorzichtig klauterde ik naar Abou. Tjonge dat zag er behoorlijk heftig uit. Er
kwam flink wat bloed uit een wond bij zijn knie en zijn enkel lag vreemd
geklemd tussen twee rotsblokken. Ik tilde voorzichtig zijn been op zodat zijn
enkel vrij kwam te liggen. Abou kermde van de pijn. Ik knielde naast Abou neer
en zei ‘m dat ie me moest vasthouden zodat we heel voorzichtig naar boven
konden klauteren.
Na ruim 10 minuten waren we boven bij onze spullen en ik gaf
aan dat Abou even moest gaan liggen zodat ik zijn enkel even beter kon bekijken.
Met zijn t-shirt verbond ik eerst de wond aan z’n knie Daarna voelde ik aan
Abou’s enkel. Heel pijnlijk voor Abou maar hij hield zich groot. Ik constateerde
dat er geen breuk was alleen een zware kneusing. Op z’n voet staan was uitgesloten. Wat nu?
‘Laten we proberen om samen naar huis te ‘lopen’ stelde ik
voor. ‘Jij leunt op mij en zo moet het lukken’. En zo gingen we op weg richting
ons kamp. Strompelend over het bospad. De heenweg was een klein half uur, de
terug weg zou zeker een uur duren. Abou had zijn linker been gekwetst en daarom
had hij zijn linker arm om mijn schouders gelegd zodat ik hem bij het
‘lopen’ kon ondersteunen. Na een
kwartier onderweg te zijn begonnen we flink te zweten, Vooral Abou. Ik zag af
een toe een straaltje zweet over zijn donkere blote borst naar beneden glijden
en ik rook zijn lijfgeur. Gelukkig waren we ongeveer even groot, misschien Abou
iets groter. Ik schat dat hij 1.88 is en ik 1.85 dus het vasthouden ging verder
prima. Maar het werd wel zwaar om het ‘leun gewicht’ van mijn collega mee te
zeulen.
We waren halverwege toe Abou aangaf om even te stoppen. “Ik houd
het niet meer, ik moet echt even heel nodig plassen gaf ie aan. We stopten op
het bospad. Terwijl hij met zijn linkerarm om mijn schouder bleef steunen deed
hij zijn zwemshort omlaag en pakte met zijn rechterhand zijn pik vast om te
plassen. ‘Wow, wat een mooi apparaat heeft mijn collega!’ dacht ik. Hij was
duidelijk groter geschapen als ik ben en nergens zag ik een haartje. Heel mooi!
Abou zag me kijken en verontschuldigde zich voor deze situatie. “Ach Abou” zei
ik, “dacht je dat ik nog nooit een andere blote man had gezien, ik met mijn
medische opleiding?” ‘Ja… maar een plassende man….?’ ‘Abou, ook dat heb ik
vaker gezien en daarbij… je hoeft je niet te schamen voor je body. Je mag er
zijn!’ Ondanks zijn pijnlijke enkel zag ik een glimlach om zijn lippen toen ie
naar mij keek. Hij schudde de laatste druppeltjes uit zijn pik en stopt ‘m terug in z’n
zwemshort. We gingen verder.
219 keer gelezen
Score: 10
(van aantal stemmen: 2)
Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.
